Home > Opleidingen > Professionele bachelor > Onderwijs: secundair onderwijs > Programma > Studieduur en traject >TTO

onderwijsvak technisch-technologische opvoeding

Studenten technisch-technologische opvoeding worden opgeleid om het vak Technologische Opvoeding te onderwijzen in de eerste graad secundair onderwijs (A-stroom en 1B).
Het vak technisch-technologische opvoeding is geen vak als een ander: het gaat met name over een combinatie van verschillende vakdomeinen (waarvoor telkens theoretische kennis en praktische vaardigheden vereist zijn) en een eigen didactische aanpak.
De impact van techniek en technologie op de actuele samenleving is nooit zo diep, ingrijpend en alomvattend geweest als nu.
Initiatie in techniek en technologisch denken is bijgevolg noodzakelijk om zinvol te kunnen functioneren.
We willen de volgende basisdoelstellingen realiseren:

  • kennis maken met techniek en kritisch reflecteren over de rol, de evolutie, de mogelijkheden en de beperktheden van de technologie;
  • handelend denken en denkend handelen;
  • het technologisch proces doorlopen;
  • zintuiglijke en motorische vaardigheden ontwikkelen: organiseren, denken en werken onder tijdsdruk, werktuigen en apparaten bedienen, via tekeningen communiceren, middelen en oplossingen kiezen, een werkstuk afwerken met een vooraf afgesproken graad van nauwkeurigheid;
  • attitudes ontwikkelen in verband met veiligheid, sociale vaardigheden, ergonomie, milieu, creativiteit;
  • roldoorbrekend werken;
  • de aanleg en belangstelling van de leerlingen inschatten met het oog op de studiekeuze.

We zullen vooral uitgaan van de leerplannen van het secundair onderwijs. Volgende thema’s komen aan bod: technisch communiceren, elektrische kringloop, overbrengingen, beslissen met poorten, sturingen, de materiaal-, energie- en informatiestroom thuis.

In het eerste leerjaar B heeft het vak Technologische Opvoeding naast de algemeen vormende waarde een belangrijke oriënterende functie. De leerlingen maken kennis met een brede waaier van verkenningsgebieden door zoveel mogelijk grondstoffen en materialen te bewerken, verschillende technieken toe te passen en verscheidene gereedschappen en apparaten te gebruiken. De leerlingen leren probleemoplossend denken en handelen volgens een technologisch proces: probleemstelling – keuze van de beste oplossing – realisatie – ingebruikneming – evaluatie.
De volgende verkenningsgebieden komen aan bod: eenvoudig computergebruik, verzorging, voeding, bouw, elektriciteit, metaal, hout, kunststoffen, schilder- en grafische technieken, textiel en tuinbouw.

 

 

Terug naar de tabel met de andere onderwijsvakken