Home > Opleidingen > Professionele bachelor > Onderwijs: secundair onderwijs > Programma > Studieduur en traject >PO

onderwijsvak plastische opvoeding

atelier plastische

Plastische opvoeding

Ben je gemotiveerd om creatief te werken met jongeren?
Heb je interesse in beeldende kunst?
Dan is een opleiding tot leraar plastische opvoeding iets voor jou.

Plastische opvoeding brengt je de artistieke en pedagogische basisvaardigheden bij om in alle richtingen van het secundair onderwijs plastische opvoeding (of aanverwante vakken) te kunnen geven.
Doorheen drie jaar zal je evolueren tot kunstenaar in het ontwerpen van attractieve beeldende activiteiten voor leerlingen van het secundair onderwijs.
Dit vraagt een grote motivatie en betrokkenheid van je.

Van bij de aanvang wordt het programma zo opgebouwd dat je gelijktijdig werkt aan je eigen artistieke vaardigheden en de vakdidactische vertaling naar lessen plastische opvoeding toe.
Binnen de uren atelierpraktijk komen beeld- en kunstbeschouwing, waarneming en vormgeving aan bod. In afwisselende modules worden verschillende thema’s, beeldende begrippen en technieken onderzocht die ook in het secundair onderwijs aan bod komen. Dit resulteert in tweedimensionale en driedimensionale werkstukken.

Thematische aanpak
In de atelierpraktijk wordt vanaf het eerste jaar een creatief proces op gang gebracht.
Uitgaande van een concreet thema evolueren we van waarneming naar bewust vormgeven.
Alle cognitieve aspecten van het vak worden geïntegreerd binnen de praktijk, waardoor ze als vanzelfsprekend ervaren worden. Het gaat dan over essentiële beeldelementen en begrippen, die opgenomen zijn in de leerlijnen van de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Lijn, vorm, compositie, kleur, licht en ruimte komen in stijgende moeilijkheidsgraad aan bod binnen de opdrachten.
Niet alleen leren we over beeldelementen en technieken, ook onze emotionele en expressieve mogelijkheden komen tot uiting.
De leerinhouden worden onmiddellijk in verband gebracht met de visie van de leerplannen van het secundair onderwijs. Tegelijk zijn er heel wat mogelijkheden om vakoverschrijdend te werken. In het practicum concretiseren we de eindtermen en ontwikkelingsdoelen.

Waarnemen vormt de basis van het beeldend werken en wordt in een ruime context ontwikkeld.
Het betekent via de zintuigen (hier voornamelijk visueel en tactiel) in relatie treden met de realiteit, met de wereld, met jezelf.
Je onderzoekt verschillende thema’s uit de natuur en cultuur en geeft een beeldend antwoord.

In het vormgeven wordt aandacht besteed aan het interpreteren en transformeren van het waargenomene. Ook verbeelden, vervormen, abstraheren en nieuwe beelden ontwerpen komen aan bod. Op die manier wordt het creatieve vermogen gestimuleerd: actief, receptief, reflectief en productief.
Het beleven van een persoonlijk creatief proces heeft vooral de bedoeling om ook bij jongeren een creatief proces op gang te brengen.
Analyseren en reflecteren op de eigen atelierpraktijk is daarbij zeer belangrijk.

De kunstgeschiedenis, de beeldontleding, de vorm- en kleurontleding en de methodiek ondersteunen de opdrachten.
Binnen de thematische aanpak worden de verbanden met lessenreeksen plastische opvoeding voor leerlingen van het secundair onderwijs telkens geëxpliciteerd.

In het eerste opleidingsjaar zijn de vakinhouden gericht op de eerste graad A en B stroom.
Vanaf het tweede jaar onderzoeken we beeldende activiteiten voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Er worden leerinhouden uitgewerkt met aandacht voor lay-out, mode, etalage, decoratie, textiel, digitale vormgeving,..
In het derde jaar wordt een educatief pakket uitgewerkt rond een zelfgekozen thema.

Atelierpraktijk
Er zijn drie ateliers.
De thematische aanpak overstijgt de verschillende ateliers, geleid door gespecialiseerde docenten.
Alle beeldend onderzoek resulteert in bruikbare lesconcepten voor het secundair onderwijs.
Vandaar dat alle technieken aan bod komen die ook in het sec. ond. gebruikt worden.

Atelier 1: ZWART- WIT
droge technieken: grafietpotlood, contékrijt, houtskool, krijt, andere materialen
natte technieken: vrije grafiek:monotype, materiaaldruk, frottage, legpuzzel, stempel,
gipssnede, linosnede, inkt, biester, verf
digitale fotografie en digitale vormgeving: fotograferen, scannen en bewerken van eigen werk
en dat van leerlingen
digitaal functioneel ontwerp

Atelier 2: KLEUR
droge technieken: papier, textiel, oliekrijt, kleurpotlood, pastel
natte technieken: plakkaatverf: dekkend, verdund, pasteus
acrylverf
mengtechnieken
digitale fotografie en digitale vormgeving: fotograferen, scannen en bewerken
digitaal functioneel ontwerp

Atelier 3: ruimtelijk vormgeven
kneedbaar materiaal: klei, papierpulp, brooddeeg, gips, draad
niet kneedbaar: kosteloos materiaal, organisch, gasbeton, zeep, gips

Vakdidactiek
Naast de vakdidactische verwerking binnen de atelierpraktijk, wordt vakdidactiek ook als opleidingsonderdeel georganiseerd.
Het vak plastische opvoeding wordt theoretisch uitgediept.
In het eerste jaar bestuderen we de kennis van beeldelementen en –begrippen, basistechnieken en thema’s zoals ze opgenomen zijn in de leerplannen van de eerste graad A en B stroom.
Specifieke didactische werkvormen worden besproken: demonstratie, individuele- en klassikale begeleiding, analyse van de waarneming, ..
In het didactisch atelier worden lesontwerpen en voorbereidingen klassikaal besproken en uitgeprobeerd tijdens oefenmomenten.
Ook verschillende visies in het tekenonderwijs worden kritisch besproken om tot een verantwoorde visie te komen, waarbij de vormende waarde van het vak gegarandeerd blijft.

In het tweede jaar is de didactische fundering essentieel.
De thematische aanpak resulteert in attractieve lessenreeksen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs.
Diverse leerinhouden worden behandeld met het oog op specifieke onderwijsvormen en studierichtingen TSO en BSO.
De mogelijkheden van groepswerk en vakoverschrijdend werken worden geconcretiseerd.
Er worden documentatiemappen aangelegd en didactische hulpmiddelen ontwikkeld met actuele media.

In het derde jaar kunnen studenten zelfstandig lessenreeksen uitwerken en jaarplannen opstellen. Educatieve pakketten, gekoppeld aan een jaaropdracht en / of scriptie worden uitgewerkt tijdens de stages.
Ook verschillende evaluatieprocedures en het werken met een procesmap worden ontwikkeld en uitgeprobeerd.


Kunstgeschiedenis
In de kunstgeschiedenis worden, binnen hun tijdskader, voorbeelden aangereikt uit de beeldende kunsten, de bouwkunst en de sierkunst als duiding van het maatschappelijk gebeuren.
De esthetische ervaring zit daar als een rode draad doorheen geweven.
Altijd zijn kunstenaars op zoek naar het schone, om het ware en het goede te bereiken.
Het vertrekpunt is hetzelfde, de vorm en uitdrukkingswijze verschillen.
De kunsthistorische benadering wil op de eerste plaats een ordening brengen. Ze wil de veelheid aan gegevens in een context plaatsen en zo een bruikbare bron zijn voor de studenten. De esthetische benadering wil werken aan het creëren van een persoonlijke visie, het herzien van een waardeoordeel, het aanscherpen van een kritische geest.
De confrontatie met het kunstwerk zelf is van onschatbare waarde. Kansen daartoe worden geboden in de vorm van museumbezoeken en studiereizen.

Museumdidactiek laat studenten proeven van actieve werkvormen om later samen met jongeren zo intens mogelijk kunst te beleven.
‘Omgaan’ met kunst, die ervaringen onder woorden leren brengen en in lessen plastische opvoeding laten open bloeien, daar gaat het om! 

 

Terug naar de tabel met de andere onderwijsvakken