Tijdens de verschillende fasen van de opleiding leer je via de stages het onderwijsveld en de lagere school kennen. Je leert je vaardigheden als leraar in verschillende situaties toepassen en verder ontwikkelen. In het avondprogramma liggen de stageopdrachten wel vast, maar de stageperioden niet. Je kan die vrij kiezen - in samenspraak met de opleidingsverantwoordelijken - in functie van je eigen verlofmogelijkheden op je werk of je eigen agenda.
Voortraject (enkel voor wie nog geen diploma hoger onderwijs bezit bij de start van de opleiding)
Je start al vrij snel met praktijk. Je gaat snel observeren naar een school en maakt kennis met de leerlingen en leerkrachten uit de basisschool. Je geeft al enkele lesjes zoals een verhaal voorlezen, vertellen, iets demonstreren enz... Je brengt - in het tweede semester - 12 halve dagen door in een lagere school. Je hoeft deze stage niet te lopen in een specifiek leerjaar.



