Voortraject
Je start al vrij snel met praktijk. Je gaat snel observeren naar een school en maakt kennis met de leerlingen en leerkrachten uit de basisschool. Je geeft al enkele lesjes zoals een verhaal voorlezen, vertellen, iets demonstreren enz...
Je start al vrij snel met praktijk. Je gaat snel observeren naar een school en maakt kennis met de leerlingen en leerkrachten uit de basisschool. Je geeft al enkele lesjes zoals een verhaal voorlezen, vertellen, iets demonstreren enz...
In het eerste semester van het eerste jaar ligt de klemtoon op het omgaan met de klasgroep. We verwachten dat je een aantal activiteiten in een gewone klassituatie kan organiseren. Leerlingen boeien, het uitwerken van een volledige les en het uitwerken van een thema in wereldoriëntatie en muzische staan hierbij centraal.
In het tweede semester staat het didactisch handelen centraal. We verwachten dat je een variatie aan werkvormen kan hanteren, oog krijgt voor verschillen tussen kinderen, een thema wereldoriëntatie en muzische kan uitwerken en een aanzet kan geven tot leren leren.
Je loopt dit jaar drie weken stage: één week in het tweede leerjaar, één week in het derde leerjaar en één week in het vierde leerjaar. Je mag zelf op zoek naar een stageschool. Het zelf kiezen van een stageplaats helpt je in een vertrouwde omgeving de pedagogische en didactische inzichten uit te voeren.
In het tweede jaar blijft het didactisch handelen centraal staan. We verwachten dat steeds meer oog krijgt voor verschillen tussen kinderen. Preventief omgaan met verschillen tussen kinderen en aandacht geven aan het leren leren staan hierbij centraal.
Je loopt dit jaar een langere periode stage in een school nl. vier volle weken in de derde graad OF twee keer twee volle weken in een derde graad OF twee opeenvolgende dagen per week gedurende tien aaneensluitende weken in de derde graad.
Je krijgt een stagebegeleider toegewezen. In een individueel gesprek na elke stage krijg je de kans je leerervaringen bespreekbaar te maken. het geeft ons de kans je goed op te volgen.
Centraal staat het kunnen uitwerken van een lessenreeks, werkvormen en inhouden doelgericht kunnen kiezen in functie van het leren van kinderen. Je krijgt ook de kans om de andere taken van een leerkracht te ontdekken. Het omgaan met collega's, ouders en externen kan je verkennen.
Er zijn in het derde jaar twee stageperioden.
Je start met een veertiendaagse in het eerste leerjaar. Hierbij krijg je zicht op de start in de lagere school. Hoe leren kinderen lezen, schrijven en rekenen? Hoe kan je omgaan met de verschillen die heel duidelijk zijn in het eerste leerjaar? Hoe gaat de school om met zorg?
Binnen de module brede zorg maak je kennis met het buitengewoon onderwijs. Je loopt gedurende veertien dagen stage in een klas van het buitengewoon onderwijs naar keuze. Deze stage is bedoeld als kennismaking. Je verdiept je in een bepaald type van het buitengewoon onderwijs naar keuze.
Tijdens het natraject hoef je geen stage te lopen.