In het tweede semester van de masteropleiding wordt in het studieprogramma voldoende tijd vrijgemaakt om in nauw contact te komen met het toekomstig beroepsveld. Gedurende 6 weken (4 dagen/week) zal je in een bedrijf of aan de hogeschool stage lopen. Daar leer je de materie in praktijksituaties toepassen en implementeren.
De stage is technisch-wetenschappelijk georiënteerd en vormt meestal de basis voor je masterproef. Maar ook niet technische competenties zijn bij een stageopdracht belangrijk. Je ervaart ook hoe een bedrijf functioneert, je werkt samen en communiceert met andere mensen, je rapporteert over je eigen functioneren...
Veiligheid, kwaliteitszorg ... zijn aspecten die in het bedrijfsleven erg belangrijk zijn. Het is een goede voorbereiding op het later beroepsleven om daar reeds tijdens de studies en de stageopdracht mee kennis te maken.



