Home > Opleidingen > Professionele bachelor > Onderwijs: secundair onderwijs > Programma >Inhoudelijke klemtonen

Inhoudelijke klemtonen

Inhoudelijke aanpak

 

De kennisontwikkeling van de student vindt plaats via contacturen, zelfstudie, projecten, opdrachten... waar vooral aandacht wordt besteed aan de inhoudelijke verwerking van de onderwijsvakken en de algemene vakken.
De invulling van de onderwijsvakken wordt gevoed door de kennisinhouden uit de eindtermen secundair onderwijs en de voor de leraar secundair onderwijs broodnodige bredere achtergrond.

Theorie en praktijk komen in een geïntegreerde lerarenopleiding niet geïsoleerd aan bod. Puur theoretische contacturen bestaan niet. Zo goed als elk contactmoment is een mix van kennisoverdracht, vaardigheidstraining en attitudevorming.

Over de opleidingsjaren heen treedt er een geleidelijke verschuiving op in de verhouding tussen theorie, vaardigheden en competenties. Waar aanvankelijk nog nood is aan een sterke inhoudelijk-theoretische input (zeker in de onderwijsvakken), komt er steeds meer ruimte voor integratie, zelfstandig werk met als culminatiepunt de ingroeistage en de scriptie in 3 BASO. Op die manier worden de studenten zelf steeds meer verantwoordelijk voor hun eigen leerproces. Dit zal hen dan ook in staat stellen om in het latere beroepsleven levenslang te blijven leren.


In eerste instantie wordt er aandacht besteed aan de vaardigheden die de student moet verwerven binnen de diverse onderwijsvakken. Zij bepalen mee de inhoudelijke bekwaamheid van de vakleraar. Deze vaardigheden worden ontwikkeld in werkcolleges, ateliers en projectwerk en worden, waar nodig, ondersteund door de vereiste kenniselementen.
Daarnaast wordt er sterk geïnvesteerd in de vaardigheden die helpen bij het leraar zijn op zich. Deze vaardigheden vertrekken uit de basiscompetenties voor de beginnende leraar en worden ook, waar nodig ondersteund door de vereiste kenniselementen.

 

In de opleidingsonderdelen communicatieve en agogische vaardigheden wordt getraind op succesvolle communicatie met leerlingen, ouders en externen.
Daarnaast leren studenten doorheen de opleiding reflecteren op hun eigen functioneren.

De ICT-vaardigheden worden door het hele docentenkorps gedragen.

 

Het trainen en de uiteindelijk realisatie van al die vaardigheden situeert zich duidelijk op het vlak van de praktijkcomponent. De stageleerlijn zorgt voor een realistische en gemotiveerde spreiding van het verwerven en evalueren van deze vaardigheden. Het werken aan deze vaardigheden gebeurt in de sessies micro-teaching (studenten geven les aan elkaar), agogische vaardigheden en uiteraard in de stage zelf. De ingroeistage uit het derde programmajaar is de meest authentiek mogelijke manier om vaardigheden in reële contexten te verwerven.

In de competenties die de student op het einde van een lerarenopleiding moet bereikt hebben, vormen de attitudes een wezenlijk deel. De opleiding probeert dat via diverse wegen waar te maken. In alle opleidingsonderdelen wordt naast kennisoverdracht en vaardigheidstraining ook gewerkt aan de attitude tegenover het vak.

Bovendien wordt vanuit het  opleidingsonderdeel Religie, Zingeving en Levensbeschouwing  vanuit een christelijke invalshoek gekeken naar de wereld van het onderwijs en daarbuiten.