Home > Over KHBO > Onderwijsregeling >Competentiegericht onderwijs

Alle opleidingen van de KHBO kiezen voor competentiegericht onderwijs

Alle opleidingen van de KHBO kiezen voor ‘competentiegericht onderwijs’. Wat betekent dit?

1. Hoeksteen van competentiegericht onderwijs is de koppeling van de opleiding aan opvattingen in het werkveld. Daarom legt een opleiding in samenspraak met het werkveld vast wat studenten zoal moeten kunnen wanneer ze afstuderen.

2. Om dat zo volledig mogelijk in kaart te brengen, neemt de opleiding vaak als uitgangspunt dat beginnende beroepsbeoefenaars verschillende rollen hebben. Een voorbeeld : een logopedist is niet alleen een therapeut, maar heeft ook de rol van preventieadviseur, diagnosticus, teamlid, sociaal communicator (bijv. zeer communicatief zijn tegenover een cliënt), mentor van zijn eigen leerproces (bijv. zelfstandig zwakke punten bijwerken), innovator (bijv. nieuwe inzichten uitproberen) en praktijkbeheerder.

3. Om nu bij elke rol aan te geven wat studenten precies moeten kunnen, kiest de opleiding ervoor om dit te beschrijven in termen van ‘competenties’. Dit betekent dat ze kennis, vaardigheden en attitudes niet apart opsomt, maar die als een geïntegreerd geheel beschouwt. Een voorbeeld : wie de theorie kent, maar niet vaardig is of geen goede beroepshouding heeft, vinden we niet competent. En ook wie vaardig is en een goede mentaliteit heeft, maar niet kan uitleggen waarom hij die dingen doet op die manier, is voor ons niet competent.

4. Sommige competenties zijn zeer algemeen: studenten moeten bijvoorbeeld kritisch kunnen reflecteren of in team kunnen werken. Maar de opleiding bepaalt ook een beperkt aantal ‘beroepsspecifieke competenties’. Een voorbeeld van zulke beroepsspecifieke competenties uit de lerarenopleiding : een leraar moet leerprocessen kunnen ontwikkelen op maat van elke leerling, ook als die leerling extra aandacht nodig heeft bij rekenen of lezen of taal.

5. De opleiding heeft haar competenties netjes opgelijst in een ‘competentieprofiel’, dat in iedere programmagids te vinden is. Zo’n competentieprofiel mag je beschouwen als het visitekaartje van de opleiding, maar ook als het visitekaartje van elke student. Een student mag er immers zeker van zijn dat hij bij het afstuderen al die competenties in ruime mate heeft ontwikkeld. Ook het werkveld weet dat en … verwacht dat! Zo wordt van een management assistant niet alleen verwacht om vlot te communiceren, maar ook om correct en efficiënt verslagen te kunnen aanmaken, de courante kantoorsoftware probleemloos te kunnen bedienen, minstens drie vreemde talen behoorlijk te beheersen. Dat en nog veel meer vind je terug in het competentieprofiel.

6. Alle docenten verbinden zich ertoe om elk vanuit hun eigen opleidingsonderdeel mee te werken aan de ontwikkeling (en evaluatie) van die competenties. Ook dat is terug te vinden in de programmagids: bij ieder opleidingsonderdeel staat een verwijzing naar de competenties die daarin worden ontwikkeld (en geëvalueerd).

7. Docenten die vanuit verschillende opleidingsonderdelen aan eenzelfde competentie werken, zorgen ervoor dat ze met elkaar goede afspraken maken. Op die manier ontwikkelen ze de competenties bij studenten zo efficiënt mogelijk.

8. Aan competenties werken studenten vanaf het eerste jaar. Het is evenwel duidelijk dat competenties in bachelorprogramma’s vaak pas in hun volle rijkdom aan bod komen in het tweede en in het derde jaar. Op dat moment nemen de stageopdrachten, de practica, de projecten en de scriptie een belangrijker plaats in en zijn de opleidingsonderdelen in het algemeen meer beroepsgericht. In masterprogramma’s zijn er voor het vierde jaar dan weer bijzondere competenties. Zo zal een ingenieur in spe in zijn masterjaar moeten bewijzen dat hij de vergaarde kennis ook daadwerkelijk kan toepassen op concrete technische problemen en er oplossingen kan voor ontwikkelen.

9. Bij het opstellen van evaluatiedocumenten voor stageopdrachten, practica, projecten, scriptie (bachelor- of masterproef), enz. nemen de docenten in toenemende mate de competenties als uitgangspunt.

10. Omdat competenties vrij algemene omschrijvingen zijn, werkt de opleiding die vaak verder uit in ‘gedragsindicatoren’: nauwkeurige beschrijvingen van gedrag dat de opleiding verwacht van de uitstromende student als antwoord op zorgvuldig geselecteerde, relevante problemen. Op die manier zorgt de opleiding ervoor dat de evaluatie transparant is voor alle betrokkenen.

Competentiegericht onderwijs - of het nu gaat om algemene competenties als communicatievaardigheden of specifieke beroepsgerichte competenties - staat bij de KHBO borg voor een opleiding met nadien een toekomst op de arbeidsmarkt.