Het onderwijs is competentiegericht. Het curriculum vertrekt vanuit een wetenschappelijke onderbouw waarop de volgende vakdomeinen binnen het revalidatiegebeuren worden geënt:
respiratorische, neuromotorische, cardiovasculaire, psychomotorische, musculoskeletale en pediatrische revalidatie. Binnen elk vakdomein gaat bijzondere aandacht naar de revalidatie van bewegingsfuncties en de sociale participatie volgens het model van de Wereldgezondheidsorganisatie. Van bij het begin van de opleiding wordt de student gestimuleerd tot wetenschappelijk kritisch denken. Deze wetenschappelijke reflectie wordt een constante binnen de opleiding met toepassingen en vertalingen binnen elk vakgebied. De student wordt intensief begeleid bij deze wetenschappelijke vorming.
Basiswetenschappelijke opleidingsonderdelen zoals natuurkunde, scheikunde, anatomie,… vormen de noodzakelijke bouwstenen om een diepgaand wetenschappelijk inzicht te verwerven in de meer toegepaste opleidingsonderdelen. De bewegingswetenschappen en de revalidatiewetenschappen reiken je de basiskennis en -competenties aan in het eigen domein. Deze kennis en competenties worden geïntegreerd via een aantal basisprobleemstellingen: zo leer je de meest voorkomende aandoeningen van de menselijke beweging analyseren, je stelt hiervoor een beperkt behandelschema op en je kunt verslag geven van de gegeven behandeling



